Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5io

Z,«#.XXII: 66-71 en XXIII: r.

XXIV. En als het dag geworden Over- was} vergaderden de Ouderlingen des volks, en de Overpriefters en de Schriftgeleerde, en bragten hem in hunnen Raad. Zeggende, zijt gij de Christus? zegget ons. EnHij zeide tot haar , indien ik het u zegge, gij zult het niet gelooven. En indien ik ook vrage, gij zult mij niet antwoorden , of los laten. Van nu aan zal de Zoone des menfchen gezeten zijn aan de rechte [hand] der kracht Gods. En zij zeiden alle: zijt gij dan de Zoone Gods? En hij zeide tot hen, gij zegget, dat ik het ben. En zij zeiden , wat hebben wij nog getuigenisfe van noode? Want wij zelve hebben het uit zijnen mond gehoord. En de geheele menigte van hun ftond op, en leidde hem tot Pilatus.

VIER-EN-TWINTIGSTE OVERDENKING]

De wegvoering van Jesus naar Pilatus.

Matth. XXVII: i, 2. Als het nu morgenftond ge; worden was, hebben alle d» Overpriefters en de Ouder; lingen des volks te zamen raan genomen tegen Jefus, dat zi hem dooden zouden. El hem gebonden hebbende, leid den zij [hem] weg , ei gaven hem over aan Pontiu Pilatus den Stadhouder,

Mark

Sluiten