Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

318 De wegvoering van Jesus

XXIV. mct nadruk te herhaalen : van nu aan, zo gas; Over- tt.. , , „ , ~,

denk. Hij voort, zal de Zoon des men]enen gezeten zij

aan de rechte [hand] der kragt Gods. — ]

heb te vooren reeds gezien, welk een verhi

ven getuigenis de Heiland met deze woordd

aflegt (*). — Hij ftelt zich hier voor, als eel

lang met de hoogde eer verwaardigd te zulltl

worden, als zullende deelen in den luider dij

oneindige Majefteit. — De troon van Goj

zou zijn zetel zijn, daar zou Hij alle magt onj

vangen, en toonen dat Hem alle dingen ondej

worpen waren. — Dit had Jefus in den naci

hun reeds gezegd, met bijvoeging, dat Hij kj

men zou op de wolken des hemels, deze bl

lijdenis wilden zij nu wederom van Hem hoJ

ren, om Hem deswegens te overvallen, en dl

doods fchuldig te verklaaren. Daarom riepa

zij allen , zijt gij dan Gods Zoon? l|

kan hier uit niet anders befluiten, dan dat A

1 den tijtel van Zoon van God hier in een verhevi

ner zin nccmen, dan dat een bloot mensch ziJ

dien zoude mogen eigenen, en dat het derbal

ven hun doel was, om Jefus van Godslasterhi

te betichten, zo als duidelijk blijkt uit hunil

gevolgtrekking, die zij uit Jefus antwoord '\

leiden. —— Dus vinde ik in 's Heilands arl

wo<U

(*) Verg. de XIXde Overdenking.

Sluiten