Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

334 Het berouw

XXV. zulks getuigd wordt. -— Zo ftaat zijn naan Over- p-efchandvlekt: die is alleenlijk bewaard, orj

jdenk* ^

tot een afgrijzen door alle de eeuwen te ftjefc ken, om, de ijslijkfte wandaad, die ooit ondd de zon gepleegd is, in gedachtenisfe te hou den, op dat elk, die het hooren zoude, da« van zou verfchrikken, en zijne gedachten! daar door aan de grootfte verachting worde overgegeeven.

Deze heeft berouw gehad, hoe is hij das toe gekomen? hij zag dat Jefus veroordeeld en naar Pilatus heen gevoerd was.

Tot hier toe had hij zich, gelijk dat de zoi de eigen is, gevleid met,en zich vermaakt in: bezit van den loon der ongerechtigheid, va der Jooden gunst hield hij zich verzekerd, zij varftokt hart had het billijk verwijt van zijne, verraaderlijken handel, door zijnen meeftd hem te gemoet gevoerd, niet opgemerkt, e zo hij zich al eenige oogenblikken dit voorfté de, hij troostte zich met de liefderijke zach aartigheid van Hem, dien hij zo zeer beledig had, zelf laag van ziel zijnde , kon hij c grootmoedigheid van Jefus niet befchouwer. daarom dacht hij niet anders, of die zou zijr wijsheid en des noods zijne magt gebruikei om zich van zijne banden te ontdoen: hij w;

i

i

Sluiten