Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ln a a r beschuldiging. 411 ne overtredingen, daarom wordt Hij hierxxvil. kwaaddoener aangeklaagd, en is oij't ein-^; van dezen handel als zodanig een verooreld geworden.

Doch daar Hij onfchuldig als kwaaddoer leed, moet ik ook uit zijn voorbeeld iren, dat ik mij wachte om niet te lijden i een dief of kwaaddoener, of als een die ih met eens anders doen bemoeit. * Wor\ ik dan ook uitgekreten als een kwaaddoe:r, wanneer ik maar lij de als een Chrisn, dat moet mij genoeg zijn, dat mijne onlmld aan God en mijn geweten openbaar , ik moet mij daar over niet bevreemden, I ik, in mijne maate, aan Hem die mijn oofd is, eenigzins gelijk gefteld worde, als : ook iets moet fmaaken van het gene Hij m mijnen wil heeft ondergaan, als ik iets ïoet proeven uit den drinkbeker, dien Hij oor mij geheel heeft uitgedronken. Het past lij dan dat ik mij eerbiedig onderwerpe aan et Godsbedel, al wordt de boosheid daar loor toegelaaten, God zal zijn einde bereiden : dit ontdekke ik zeer duidelijk in de lotIfchikking van den lijdenden Verlosfer: der ooden moordzucht moest zijne voorzegging

ver-

* 1 Petr, V: 15.

Sluiten