Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

434 Jesus belijdenis

En Pilatus vrasgJe hem , zeggende, zijt gij de \ nim? der J den ? en hij antwoordde hem en zeid Gij zegt het.

't Is den mensch eigen om alles, wat 1 naam van groot en luisterrijk draagt, m graagte te onderzoeken , om ijverig zich bevlijtigen , dat hij daar van kennis krijgt zich daar over verwondere, en zo verre h hem mogelijk is deel daar aan neeme. Ni zelden bepaalt de dikwijls beuzelende mens zich tot dingen die geen aandacht verdiene: wordt door ijdelen fchijn verblind, door fel terende nietigheden vervoerd , cn zijne \I wondering zo wel als 't voorwerp, waaraan 1 zijne aandacht leent, zijn beiden beneden , waarde van het edele , het redelijke wezj het welke de mensch behoort te zijn. Dan erzi waarlijk groote voorwerpen van nafpooring vo: den oeffengraagen geest: de bloei, de opkom: de gedeldheid, de lotgevallen van groote maa fchappijen, van magtige rijken mag men hi. eene plaats inruimen. — Die leveren aanj ding tot leering, tot verheffing van de achtiii welke men billijk voortreffelijke menfchen to draagt, zij geeven voedfel voor 't verdand e lesfen voor 't hart, en befchikken eene bezi;

he:

Sluiten