Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43^ Jesus belijdenis It

XXIX. ten Hem voort, tot dat Hij voor den richel»

oeniL' is! Veinzende Jooden houden het vo [

verontreiniging, nu in 't rechthuis te treedei t] en den geheel vlekloozen, den nooit verontre & nigden weldoener der menfchen wordt das jd binnen gefleept! - e.

Terdond begint het onderzoek. „ Edele f lij „ latus, gij zijt in dit begin uwer handt i» „ lingen den hoogden lof waardig, Gij ve 'f „ geen vonnis zonder onderzoek, Gij doen|4) „ den beklaagden niet, zonder dat Hem tij|m „ en plaats van verantwoording gegund is! |K Maar wat is het onderzoek dat Hij doet? ff, te vraagt aan Jefus: zijt gij de koning der Jooden' I Ik vinde hier geen woordverdraaiing, geënt P groote toegeevendheid omtrent de vijanden va; Ui; den gevangenen, de vraag vloeit rechtftreek!bt uit de befchuldiging : zij hadden Jefus aange it tijgd dat Hij een oproermaaker was, die he ?ed volk verkeerde; aan het zelve verbond den Kei ze i\ fchatting te geeven; en voorgaf: dat Hij z\ I Christin de koning was, dit kwam derhalvei fd hier op neder, of Hij waarlijk waande de ka mi ning der Jooden te zijn, die koning, van wel ig ken zij zo veel verwachtten, die hen tot hee it ren der wereld zou maaken. Zo toont p i l a re. tus dat Hij geenzins onkundig was van de: ai Jocden waan, en richt juist zijne vraag zo in, gm

oir

Sluiten