Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANGAANDE ZIJN KONINGRIJK. 44I

illver Priesters in zijne raagt was overgegee- XXIX. in, en dat de ftraffe van Hem werd geëischt; ^J** fearom vraagt Pilatus met een gramftoorig gefoed : wat hebt gij gedaan? Hij wil zonder Imwegen een kort en getrouw bericht hebben, It den mond des gevangenen zeiven , aan elke misdaaden deze zich had fchuldig gelaakt.

Ongelukkige Pilatus! uw befchuldigend vraagen getuigt tegen u, dat gij tegen de[ zen gevangenen, hoe fchuldeloos ook, zijt I vooringenomen, hadt gij eerbiedig om onI dcrricht van zijne waarde, en van zijn rijk ge[ vraagd, hemelfche lesfen zouden aan u zijn [ gegeeven, en gij waart een onderdaan van I het rijk des lichts geweest!" | Evenwel, zo liefderijk is Jefus, zo ncderIwitrend zijne goedheid, Pilatus bitfe vraag Ivordt met zachtmoedigheid beantwoord, met lle grootfte duidelijkheid, zonder omwegen Ivordt den landvoogd eene taal te geraoet gehoerd, die hem de geheimen van 't euangelie Imtfluit, eene taal die hem, had hij die recht Lerftaan, voor Jefus voeten zou hebben doen

liedervallen. Mijn koningrijk, zo fpreekt

he Godlijke verlosfer te recht, offchoon Hij Inu naar 't uitwendige de minfte gedaante noch leerlijkheid had , mijn koningrijk is niet van Ee 5 <fc-

Sluiten