Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

492 Christus naar herodes gebragt;

XXXI. Godsdienst der Jooden toegedaan, wilde hij denk." we* erkennen , zo gaf hij voor, kon bete*

ove"

van den Hebreeuwfchen Jofefus kan hierop zich ze! ven niet! afdoen, deszelfs gezag, al onderftelde men eens de echt' beid van dat werk, kan, zo veel ik kan zien, althans d»l van den Griekfchen Jofefus niet overweegen. Nu zou 'i verhaal van den damascener meer voldingend zijni zo in den Griekfchen josefus het zelve niet uitdruk', lijk was wederfprooken, doch ik leeze Antiq. Lib. XIV* Cap. 3. „ Ntkolaas van Damaskus wil dat hij (Antipater; „ afkom/lig was uit één van de voornaam/Ie huizen dei „ Jouden, die uit Babel weder in Judea gekeerd waren „ maar hij zegt dit ter believing van Herodes dezes mam „ zeon, die naderhand, door't geluk, tot den troon om ,, zer koningen verheven werd." Hier ftaat op zijn mins* het eene getuigenis tegen 't andere, en de openlijke wei derfpraak van den Griekfchen josefus, die dit als eei algemeen erkende waarheid aanmerkt, is, zo veel ik ku oordeelen, nog zo ligtlijk niet te verwerpen.

Vooral lijst de waarde van dit getuigenis zo veel t( meer, daar 'er in den Hebreeuw fchen josefus zo vee algemeen erkende ftrijdigheden en inisfhgen zijn, en ' zelve, naar het oordeel van de uitrnuntendfte Geleerden 1 als onder anderen, van eenen scaliger, drüsivsvossiüs, casaubonus, geenzins voor een ecli i famenftel van josefus te houden is, maar bedrieglijk door eenen Jood met invoeging van veele onwaarhedec in hateren tijd is famengefhnsebt, uit de latijnfche ver'" taaling van ruffinus, daar deredenen voor het tegen; deel geheel niet wigtig zijn. Men kan hier bij vergelif ken, j. f. sbeithaupt, in praefat. ad josethu»

co

Sluiten