Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Barabbas vrij gelaateM xxxiv. Wat zullen wij dan aangaande haaren eeu

Over. . ... °. ,i

denk. wigen ftaat oordeelen, daar haar geloof zo oni

zeker, zo onvermoedelijk is? — Wie heel

ons het recht gegeeven, om ons de beflisfiné

van 't eeuwig lot onzer medeftervelingen aatf:

temaatigen? —• Wie heeft ons de uitdeeling

van de woonplaatfen des hemels aanbetrouwd •

fifijdt gij om in te gaan: is het waarfchouwend

woord dat Jesus ons, ook in dit geval, toe^

roept. *

Veel is er intusfehen uit het bedrijf van de-: ze vrouwe te leeren. •— Haare liefde ën trou-. we zorg voor haaren'mnn, noopt alle Christenvrouwen , om volgens de euangelielesfen in deze haar voor bij te ftreeven, en daar doou de leere van Jefus te verderen in zachtmoe-: digheid. Haar nadenken en opmerkzaamheid is mij ten fpoorflag, om op de bedrijven van' mijzelvenen der genen die mij aangaan, nauwkeurig te letten en wel toetezieri, of dezelve:

aan-

Godvreezencl in geen' anderen zin te neemen dan in dien van<rsliofAtvas Codsdienjlig, en dat wel in haaren Godsdienst, verg,1 Hand. XIII: 50, XVII: 4, \y. Hoe beuzelend is 't dat & L AfM PE ad 1. om deze vrouw tot een Christin te maaken, dug fthrijft: Forfan Glaudia haec Proeula Pilati uxar efi Claudia cv jus meminit Paulus 2 Tim. IV: 21. * luk. XIII: 24.

Sluiten