Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5.7o Bar'a|bbas vrij gelaaten

XXKIV. de ondervinding van alle eeuwen de men,* fchen nog niet wijzer gemaakt, ik moet dan te meer op mijne hoede zijn , om niet mii te taften, om niet door de zucht tot eerej die uit de menfchen is, vervoerd te worden| maar ik moet, biddende, op mijnen lijden5' den Heiland ftaaren, om uit zijn lot ook dit te leeren.

Ja op Hem wil ik eindelijk zien, Hem ontt dekke ik ook in zijne dierbaarheid in dit gedeelte van zijn lijden.

Hem eerbiedige ik als den messias, van wien zulk eene verachting en verwerping voor-i fpeld was: ik ben een worm en geen man, een. fmaad van menfchen, en veracht van 't volk, alle' die mij zien befpotten mij, zij (leken de lippen' uit, zijfchudden den kop.* En ook: gij weet mijne verfmaadheid, en mijne (chaamte, en mijne fchande, alle mijne benauwers zijn voor u, dé verfmaadheid'heeft mijn hart gebroken, en ik ben. zeer zwak , en ik heb gewacht naar medelijden , maar daar is geen, naar vertroosters, maar heb', ze niet gevonden, f Hier zie ik wederom een bewijs, dat deze jleen van de bouwlieden vawor--

pen,

* Ps. XXII: 7 , 8. t Ps. XIX: 20, 21.

Sluiten