Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PILATUS'HANBWASSCIIIHG. 587

sartijenaan zijn fnoer te rijgen, dat was Pilatus xxxv.' loei, daar zich naar tefchikken, hiertoe ge-JJ^** • leeltelijk het recht te buigen, zonder evenvel geheel onrechtvaardig te worden, ziet men :n zijn bedrijf duidelijk doordraaien. Meernaalenzagmen dit in groote verftanden,de eerjacht beheerscht dezelve doorgaands in eenen lanmerklijken trap, en de waan van doorzicht Tenoeg te bezitten, om door alle klippen veilig iieente zeilen, wijst niet zelden den dreek aan, Invaar langszij voortftevenen: terwijl op dezen gefvaarlijken tögt dikwerf aan den eenen of anderen Itant fchipbreuk geleden wordt. — Zo ging liet den landvoogd ook, moedig het hoofd ifopbeurende om de onfchuld te verdedigen, Jopenlijk te toonen dat hij ontzettende gevolrgen duchtte, wanneer men den gevangenen Iten dood bragt, hoopte hij zou het middel zijn, lom de menigte aanzijnezijde te brengen, dan |de moordkreet, die zo onverwacht werd aangeIheven, de dolle eisch van 't woedende volk, Ihet verpanden, niet alleen van hunne eigene (veiligheid, maar ook van 't heil hunner kindeIren, vervulde zijn hart geheel met fchrik, nu ■wanhoopte liij, op dezen weg, gelukkig aan l't einde te komen, nu fchroomde hij flraks het abegonnen ontwerp door te zetten. — Hij verI anderde wel dra zijnen gang. Om de menigte

Sluiten