Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

616 Jesus gegeesseld en bespot.

XXXVI. wees gegroet, gij koning der Jooden! — Datl denk." was eene vernieuwde en valfche aantijging dwk Hij der Jooden koning in dien zin had willen i zijn, zo als Hij 't nimmer begeerde; dit bij 't: voorige gevoegd verminderde de grieving der : onfchuld niet, en ontdekte meer de bitterheid I van hunne wraak.

Allermeest werd dit kenbaar door hunne daa- ■ den, zij bezwadderden het gezegend aangezicht met hun fchuimend fpeekfeL De uiterfte: verfmaading die men iemand aan kan doen,, wordt daarin betoond , dat men hem aan- ■ fpuwt: dit had Jefus in der Jooden bloedraad 1 door een laag gefpuis reeds moeten onder-, gaan, die maate kon men vol genoeg reke-. nen,- maar zij moest overdroomend volgemaakt: worden, door de mishandeling van allerlei: menfchen ; de Romeinfche krijgsknechten moes- • ten ook het hunne daaraan toebrengen, en de- ■ ze bleven niet in gebreke , daar -zij bij den fchimp nog flagen voegden, zij gaven Hem Am- • ■nebakjlagen of liever jiokjlagen, Matth. leert: dat dit gefchiedde met den rietftok, die daar toe ftevig genoeg was, en wel dat zij dit deden, op zijn hoofd waar door zij de puntige doornen, reeds pijnlijk op 't hoofd gedrukt, nog dieper daar in dreven, en de wonden die daar i gemaakt werden, het hoofd zo wel als 't lijf:

al-

Sluiten