Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f én toon gesteld. 64!

te fcheiden, aan mij toezenden zal, ja ook XXXVII. dan, als ik voor den richterftoil zal ftaan, van Hem die hier veroordeeld is, dan zal ik uitroepen : ,, O mijn rechter! in U was „ geen fchuld te vinden, ik ben met fchuld „ belaaden , uwe onfchuld bedekke mijne „ fchuld, Gij zijt mijn Borg!"

Maar ik moet mij nog eene wijl bij deze aandoenlijke vertooning bezig houden: er is nog meer voor mij te bezichtigen — Ik treede een weinig voorwaards, ik vertegenwoordige mij den verfmaaden Jefus , ik hoore Pilatus roepen: zieden mensch1.

O mijne ziel, zie dien mensch met oogen van geloof! — Aanfchouw Hem, die het zaad der vrouwe , naar 't vleesch uw broeder is, die mensch werd,om der menfchen wil, zie Hem die voorde vreugd, welke Hem was voorgefteld, de fmerte van 't kruis verdtaagen endefchanda veracht heeft; zie Hem, die gekomen is omzijn© ziel te geeven toe een randfoen voor veelen.

Zie dien mensch, door wiens ftriemen gij ge* neezen wordt, zie Hem die zich voor zondaars liet geesfelen, en voor doodfchuldigen zich ftraks naarGolgotha liet fleepen, om daar aan het fchandhout gehecht te worden! die, als de tweede Adam,de fchande der zonde door zijnen fmaad

II. deel. Ss heeft

Sluiten