Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOT HET KRUISDRAAGEN GEDWONGEN 709.

kwaade , zo vast gek'luifterd in de ftrikken van Qj|L> den fatan zag, maar dat waren fehuldigen, hier DmK. de onfchuldige, de Heer der menl'chen en der engelen, die voor fchuldige menfchen dit vrijwillig onderging! O ontzettende vernedering! engelen, hoe kondt gij zwijgen?

ftraaten van Jerufalem, hoe is het dat gij uvan zelve niet opende, en de verdrukkers der onfchuld niet in uwen boezem inzwolg? —— Dan, diteisfehen is te voorbaarig, de gevol\&£n toonden dat de hemel fprak,en de aarde 'fidderde! - Alle mijne verbeelding overtreft dit: dat Jefus als een misdaaderlangs deftratennaar 't fchavot gevoerd wordt! — O Jerufalem, wien ftoot gij thans van u ? Wie verlaat uwe ftraaten? De beste burger, de getrouwde leeraar, de wonderdoende helper, de trooster der bedroefden, de geneesmeester der kranken, de fchrik der duivelen! — En hoe veel meer werd deze fmert vergroot, daar de fmaad van Jefus nog op één zijner lievelingen ,• die altijd zo teer door hem bemind worden, gelegd v/erd!

Geen wonder waarlijk, dat hier zo veel leeds bijéén moest gezameld*, worden, daar de zwaarfte ftraffen moesten gedraagen worden, voor de zonde tegen God begaan. Geen wonder , dat ik hier den in zich zeiven geheel fchuldloozen, met het werktuig der ftraffe beYy 3 laa-

Sluiten