Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 16 ) §• 9-

Men moet de Kinderen zo vroeg doenlijk is, eenig denkbeeld van een Opperwezen, door eigene redeneering doen verkrijgen; deze eerfte waarheid , is al zeer vroeg rer regeling van hun gedrag van groot nut, maar, zo ergens, hier komt de regel ter fneede: - Het eenvou. dige is het kenmerk van het waarel — Zij moeten onderweezen worden in de waarheeden van den Godsdienst; maar in geene andere, dan die na hunne vatbaarheid "gefchikt , en waar uit ligtelijk eenige heilzaame gevolgen af

te leiden zijn; men kan onderflellen

dat een kind van 6 jaaren oud, maar niet wel vroeger, zich eenig denkbeeld van eenen Almagtigen maaker kan voorllellen; men zal kinren van dezen ouderdom, bij het befchouwen van Gods werken, dikwijls hooren vraagen; wie heeft dit gemaakt? deze gelegenheid moet men niet verzuimen, om hen ,'bij trappen, Gods wijsheid, almagt en goedheid te doen opmerken : in deze tedere jaaren entwijke men hunne verdere vraagen , over het Goddelijke wezen, enz. Het onderwijs in deze, en in andere verhevene waarheeden , gelijk ook in alle te famen hangende waarheeden , moet men uitftellen , tot dat de ziel des kinds, tot aaneenhangend denken rijp begint te worden; — men zoeke alleenlijk het cerlle denkbeeld van God, zo veel doenlijk te verflerken, door hunne eigene redenkaveling te befluuren, men kan hen reeds zeer fpoedig doen bevatten, dat zij dien goeden God, die hun alles geeft, verpligc zijn te dienen, en te gehoorzaamen."— Meuleere hen, van tijd tot tijd , het onderfcheid tusfehen goed en kwaad in zijne gevolgen kennen; uit

het

Sluiten