Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 63 )

dat beloond wordt, nadeelig; bijzonder, wanneer zij ontijdig, en zo: der keuze uitgedeeld worden. — wilde men, bij voorbeeld , eenen ong.hoorzaamen, eigenzinnigen jongen, wanneer hij eindelijk, fchoon eerst naa veele vermaaningen , en altoos nog met tegenzin, zijn' pligt dóet, met blijken van goedkeuringe befooiien, — zou dat niet zeer fchadehjk voor hem worden V zou hij zijne eigenzinnigheid niet als een middel beginnen te befchouwen, om d;t en dat, 't welk hij verlangt, te bekomen * zou hij derhalve niet zeer zeeker in zijn gebrek geltijfd, in plaats van verbeterd, worden; daar hij belooning ontving, waar hij geene beloouiug in het geheel verdiende ?

Over het geheel moeten kinderen niet, of alleen in zeer weinige merkwaardige gevallen, daarom beloond worden, dat zij deze en gene gebreken nu en dan naalaaten. Stellige belooningen moeten alleenlijk op ftellige goede handelingen volgen ; en dan , wanneer die belooningen, voor het overige, wel uitgekozen en aangewend worden, zalmen den beloonden in het goede verfterken, en anderen ter naavolginge opwekken. —■

Naa deze korte algemeene waarheeden te hebben voorgedragen, zal ik verder aantoonen, hoe belooningen en ftraffen, in de fchoolen, zeer nuUk, en tot daadelijke hulpmiddelen, ter bevorderinge van gezellige deugden, kunnen gemaakt worden.

Liefde en eer zijn, ontegenzeglijk , zoo niet de eenige, ten minllen egter de kragtigftedrijfveêren der menfchelijke handelingen. De kiem daartoe ligt reeds in de tedere zielen der kinderen , zo dat ouders en leermeesters zig de

bes-

Sluiten