Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r 5)

zonder welgevallen heeft, en waartoe hij «3era mensch zijnen zegen en bijfland niet weigert, wanneer hij bera eerbiedig daarom bidt, en van zijnen kant het zijne doet.

Ts iimahd' derhnlveu niet gelukkig, het hapert dan aan niemand 'dan aan hem zeiven. Het is waar, men kan'hier fomwijten worden, getroffen, door buitengewoone onheilen, die ons het leven zeer moeijelijk en bezwaarlijk kunnen maaken, en aan welken men nogthands zelve geen'fchuld heeft. Dus,bij voorbeeld , kan het zijn , dat de mensch een ziekliik en zwak lighaam mede ter waereld brengt; dat men door oorlog, vuur, of watersnood, alle zijne goederen verliest, en geheel arm gemaakt wordt: dit zijn onheilen, die volftrekt buiten 's menfehen fchuld zijn, en die hem natuurlijk kwelling en verdriet veroorzaaken ; maar die hem nogthands, zonder zijn eigen toedoen, nog niet volkomen ongelukkig maaken. De mensch heeft het in zijn eigen magt om niet volkomen ongelukkig te worden, hoedanig zelfs zijne omftandigneden in dit leven ook mogen zijn; en ook ieder, die zig geheel ongelukkig gevoelt, draagt'er zelve de fchuld van.

Mogelijk vindt men, in den eerlten optJag, deze Heilige verzeekering eenigzins vreemd, en begrijpt niet terftond de gegrondheid van dezelve;evenwel boude ik mij verzeekerd ,dat ieder, die verder, met aandagt, deze Verhandeling wil doorleezen , op het einde zeer wel inzien , en klaar zal begrijpen, dat het waarlijk in 's menfehen eigene magt zij, om hierj, m deze tegenwoordige waereld, gelukkig te kunA 3 nen

Sluiten