Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cao)

gefmaakt, bij zi'ne uitfteekendfte vreugde bedrijven. En wie, die hierover maar even nadenkt , zou dan nu nog durven zeggen , dat luieren en ledigloopen 's menfehen geluk zoude vergrooten; daar het volgends de natuur der zaake niet wel anders zijn kan, of hec genoeglijke , het aangenaame van 's menfehen leven, moet daardoor natuurlijk worden verminderd. Laat mij dit, door een paar voorbeelden, algemeen begrijpelijk maaken.

Indien , (en dit kan men zeer gemakkelijk begrijpen ,) de zon altoos fcheen, indien het alle dagen mooi weder ware, dan kende men geen flegt weder: en wat zou dan hiervan het natuurlijk gevolg zijn? Wat anders, dan dat men het aanhoudend mooi weder , door de gewoonte, geheel onverfchillig genoot: en die aangenaame gewaarwordingen , die wij nu hebben, wanneer de lieflijke Lente ons, naa ee> nen barren en guuren Winter, met fchoone dagen verheugt, zouden wij dan in 't geheel niet hebben. — Of wanneer de Nagtcgaal, onophoudelijk, het geheele jaar door zong, dan zou het aangenaam geluid van dit vogeltjen op verre na zo treffend niet zijn , als het nu is, daar hij maar een korten tijd van het jaar zingt. In het eerfte geval zouden wij hem dikwijls voorbijgaan, zonder hem eens te bemerken; en door de gewoonte zou zijn, nu lieflijk, geluid geheel onverfchillig worden, en ons weinig meer vermaaken, als het jtepiep van eiken gemeenen muscb. En juist op die zelfde wijze is het na genoeg gelegen, ^iet alle zogenoemde vermaaken en uitfpanningei^ voor hen die lteeds luieren en ledigloopen i

zij

Sluiten