Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 49 )

óp te houden in den wijn, (nogthands leidende mijn hart in wijsheid) en om de dwaasheid vast te houden, tot dat ik zoude zien, wat den kinderen der menfehen best ware, dat zij doen zouden onder den Hemel, geduurende het getal der dagen hunnes levens* Ik maakte mij groote werken; ik bouwde mij huizen ; ik p'antede mij wijngaarden ; ik maakte mij hoven en lusthoven en ik plantede hoornen in dezelve, v»n allerlei vrugt; ik maakte mij vijvers van wateren , om daarmede te bewateren het woud, dat met hoornen groende. Ik kreeg knegten en maagden , en ik hadde kinderen des huizes: ook hadde ik een groot bezit van runderen en fchaapen, meer dan alle, die voor mij te Jerufalem geweest waren. Ik vergaderde mij ook zilver en goud en klei nood iën der Koningen en det landfehappen: ik beitelde mij zangers en zangeresfen, en wellustigheden der menfehen kinderen; fnaarenfpel, ja allerlei fnaarenfpeh En ik werd groot en nam toe, meer dan iemand die voor mij te Jerufalem geweest wasi ook bleef mijne wijsheid mij bij. En al wat mijne oogen begeerden dat onttrok ik hen nieti ik wederhield mijn hart niet Van eenige blijdfchap; maar mijn hart was verblijd van al mijnen arbeid: en dit was mijn deel van al mijnen arbeid. Doe wende ik mij tot alle mijne werken, die mijne handen gemaakt hadden, en tot den arbeid, dien ik werkend gearbeid hadde: ziet het was al ijdelheid en kwelling des Geestes, en daarin was geen voordeel ondfr de zon. De wijze Koning salomon veragt deh D aard.

Sluiten