Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C62)

grootere dan deze aardfche, om hem he-

mellche geneugten te doen fmaaken. Met gebroken oogen ziet hij nu, naar zijne fcbreijende vrienden, die om zijn derfbed gefchaard ftaan, en zegt, met dervende lippen: ik gevoel dat mijn eiude nabij is: het zal waarfchijnlijk niet lang meer duuren, of ik zal hier ontflaapen, om ginds in de Eeuwigheid te ontwaaken: mijn hart is gerust, en nu eerst gevoel ik, met kragt, hoe goed het is ,

deugdzaam geweest te zijn; ach! mogt

mijne deugd nog overvloediger zijn geweest! — Maar God is genadig en bermhartig; hij weet hoedanig ik gewandeld heb; ik gevoel, dat derven voor mij gewin zal zijn ! — en nu wagt hij getroost en bedaard den dood af.

! ó! Wie zou niet wenfc'ien, zulk een

uiteinde te hebben; — en dit is alléén het voorrecht van hun, die zig, geduurende hun leven, der braafheid bevlijtigd, en de deugd uitgeoefend hebben.

Deze opgenoemde groote en onfchatbaare voordeelen , en voorrechten, zonder welke 's menfehen geluk hier op deze waereld niets is, ten minden op zeer losfe gronden daat, zijn nog de eenigde voordeelen der deugd rier. Indien deze dingen de eenigde toevoegleien waren, welken de menfehen ter bevorderinge van hun geluk, van de zijde der deugd, te wagten hadden , dan zoude m^n nog al eenigermaate kunnen begrijpen, hoe het mogelijk zij, dat de deugd niet nog algemeener wordt betragt, en dat redenli ke menfehen zig aan de zonde en ondeugd kunnen overgeeven. Want daar de zo even

aau-

Sluiten