Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

co

zijne verhevener beftemraing, boven de dieren, met zijn verftand te fcherpen tot het uitvinden van Kunften en Weetenfchappen ?

Wij willen ons, in 't beandwoorden dezer vraasjen , niet dieper inlaaten dan w j noodig oord'eelen om de zedelijke verbeteringen , in de bovengemelde vraag bedoeld , op te kunnen geeven.

De Mensch hadt, in den ftaat der natuur, in welken God hem op de waereld plaatfte , geen bekwaamheden die wij Kunften en Weetenfchappen heeten, noodig, om zijne noodzaaklijke natuurbehoeften te voldoen. „ Aanmerk doch de Vogelen des Hemels' zegt de Heiland — ,, die niet arbeiden — en nog„ thands voedt ben onze Hemelfche Vader"— Het getal der dieren op de aarde is thands oneindig grooter dan bij de fehepping; im- > mers dan naa den zondvloed — zij zijn nog in den zelfden toefland als bij hun eerlte wording — zij arbeiden nu even min als bij hunn' aanvang; en nogthands hebben ze allen het geen ze behoeven, en zijn gelukkig.

De Menfehen op de nieuwe aarde geiteld — zou men kunnen denken — waren weinig m getal en konden dus, zonder dat zij het land nog behoefden te bouwen, fpijzen genoeg vinden ter vervulling hunner behoeften : maar als ze eens, zonder Kunften en Weetenfchappen , zo fterk waren vermenigvuldigd, als ze thands «in, vonden ze dan wel fpijzen genoeg hebben kunnen vinden, voor aller., zonder de aarde te bebouwen, of de vrugten aan te kweeken ? jk

Sluiten