Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 3)

. ik geloof dat men gerust hier op ja zou kunnen andwoorden.

Maar men zou hier wederom op kunnen VfsagenJ hadt God dan den Menfche de bekwaamheden van den geest niet gefchonken , op dat hij daar door boven de dieren zoude uitmunten, in alles wat hij tot verbetering VaH zijn' ' toeftaiid , door uitbreiding zijner vermogens,kon toebrengen?'— Voldtedt dns de Mensch , door het uitvinden van nutte

Kunüen en Weetenfchappen, • die hem

meer genot van alles wat rondom hem was » bezorgden , niet aan zijne hoogere beflemming?

Hier op zou ik neen durven andwoorden.

De Kunften en Weetenfchappen die de menfehen uitvonden , waren wel bewijzen Van den voortreflijken geest die in de Menfehen is, boven de dieren maar ze bewee* zen niet, dat het zedelijke wezen van dert Mensch, dat zo veel vcörtrtflijker was dan het dierlijke, alleen befttmd ware, om den dierlijken mensch, boven de andere natuur gewrogien ,eene veranderde gedaante, of rangorde te geeven >— en dit verhevener vernuft te bePeeden,om het Hoffelijke ftteds nieuwe gemakken en door deze gemakken , weêr meer nieuwe, te vooren ongekende , behoeften te bezorgen.

Maar ik voorzie dat men welligt wederom zal vraagen: waar toe kon dan dit verheve* ner deel van den Mensch in dit leven beftemd zijn? Waar toe dienden dan alle de Matuurgewrosten op de vvncreld, indien^ ze •niet waren beftemd voor de Kunften en Wee.

A * ten»

Sluiten