Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

co

tenfchappen der menfehen ? Rn ik moet bekennen dat de verre afwijking der menfehen 1 van hunnen oorfpronghjken toe'land het thands bijna ónmogelijk maakt op deze vraagen voldoende te andwoorden.

Zo veel kan ik 'er alleen , met zeekerheid , op andwoorden: dat de onftoffeli ke vermogens van den Mensch bellemd waren, om zich naar ftolFeloos verhevener voorwerpen, naar orde, gerechtigheid, waarheid, enz. te richten, en dat, in zo verre daar bij, door de naauwe véreeniging der ftoffelooze en Hoffelijke wezens in den Mensch , het natuurlijke in aanmerking kwam, het zedelijke altijd op het natuurlijke de overhand moest hebben: dat dus de Mensch niet alleen in zich zeiven de reden altijd boven de natuurneigingen moest gehoor geeven, en de laatfte door de eerde, binnen de paaien van orde houden maar ook , ten aanzien van zijn' evenmensen , denzelfden regel in acht neemen. Dat hij derhalven zijn' evennensch, dien hij zag dat hem volkomen gelijk was, niet verhinderen moest, om even zo vrij te handelen als hli, na den regel van orde, die in de z:ele óorfpronglijk opgefloten lag , oordeelde zelve te mogen handelen. Deze Weetenfcbnp behoefde de Mensch niet te leeren ; zij lag onrfpronslijk in het wezen zijner ziele, als het beeld van God, die de orde en gerechtigheid zelve is, en in zijn' natuurlijken toe{land, die hem in alles aan zijn' naasten ge. lrjk (lelde. Door de onderhouding van deze orde en de uitbreiding derzelve , hadt de mensch Waarfcrnjnlijk van de eens orde rot

de

Sluiten