Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 17 )

Éucht van kunstenaaren of kooplieden fchroorn* de menigmaal niet, den vijanden van hun vaderland , de middelen toe te voeren, om het zelve te overweldigen of te benadeelen; daar de een zich toelag om Ifeeds nieuwe bronnen van voordeel op te zoeken, evenveel door welke wegen en middelen; zo moest de andere dit voorbeeld volgen, om niet den winst aan anderen overtelaaten en zelve ledig te zitten, of te verarmen. Men rekende het een zeer geoorloofde zaak, alle de voordeelen van zijne handteering te trekken, die men 'er van konde behaalen: men maakte het tot een fpreekwöord: elk is een dief in zijn neering! en men volgde het zelve, even als of het een ftelregel ware, waar na men behoorde, te handelen.

De ingeftelde magt was zelve niet in ftaat, om alle bedrog en onrecht hier in voor te komen; daar de list zich fteeds fcherpte \ om de oogen der gerechtigheid te ontduiken, of de uitoefenaaren derzelve mede deelgen'ooten te maaken van de onoprechte handelingen» Zij die derhalven op zulk eene wijze rijk .wilden worden, moesten noodwendig in den ftrik en in veelerlei verzoekingen vallen» De weelde moest niet alleen het gevolg zijn van deze eigenbaatige pooging, om boven anderen uittemunten; — maar een te dieper armoede, een te zwaarer arbeid, moest het lot worden van het overige menschdom»

De Natuur'hadt Voor alle haare fchepfeleft, ter vervulling van derzelver nooddruft, meef dan genoeg: doch zij hadt niet voor elk een op een geftapelden fctiat; om flechts in ledig* B heid

Sluiten