Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 22 )

Het moest den christen niet genoeg zijn, dat hij kennis droeg van eene betere leere van God en 's menfehen zedelijke betlemming: — maar hij moest ook dit geloove betoonen door zijne werken. Het was niet genoeg, dat Lij, naa het verrigten van zijne uitwendige bezigheden, zi n' geest onledig hielde met de overweeging en verbetering zijner zedelijke vermogens : of den oorfprong van alle goed dankte voor zijne weldaaden: het was niet genoeg dat hij zijne medemenfehen, die met heni, in gelijke uitwendige betrekking ftonden , als zijne broeders erkende; dat hij flegts lief hadde met woorden alleen , of in fommige gevallen en handelingen: — dat hij Hechts aan zijn verarmde medemenfehen iets mededeelde van zijnen overvloed, even veel op welk eene wijze verkregen of bezeten : maar hij moest de liefde tot zijn' naasten betoonen in alle zijne handelingen.

Zullen derhalven de ambagten, kunsten, neeringen en koophandel beftaanbaar zijn met het Euaugelie, met den eenigen weg tot de zedelijke volkomenheid en 't beftendig geluk van den mensch , in dit en in een volgend leven ; dan moet de liefde tot den naasten het beginfel en de drijfveer derzelven zijn. Door deze alleen kunnen dezelve onfeilbaar verftrek, ken, tot heil van het menschdom in dit leven, en geen verhindering zijn der bevordering van 'zijn zedelijk geluk, voor het toekomende. Door de liefde tot den naasten gedreven, zullen de ambagten, kunsten, neeringen en koophandel niet alleen de gemaakte behoeikn van den mensch gemaklijker vervullen ;

de»

Sluiten