Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 31 )

ringheid of uitfteekenheid zijner gaaven of bekwaamheid; maar dat zij ailen een voorbeeld zullen neemen aan de leden eenes lighaams , die elk hunne bijzondere verrigting en werk hebben, maar nogthands allen even noodzaaklijk en nuttig zijn voor het h'ghaam zonder dat het een het andere kan ontbeeren of verachten.

Het is met de Ambagten, Kunsten, Neeringen en Koophandel, in betrekking tot de waereld en de menfchelijke maatfchappij even eens gelegen, als met de leden eenes lighaams. Indien één lid lijdt, zo lijden in de gevolgen, alle de leden. De mensch is te kortzichtig, en zijn oordeel te bekrompen om bij een geringfchijnende oorzaak, de groote gevolgen te kunnen voorzien of vermoeden. Hoe klein en gering de minfte afwijking van den regel zijner verpligting hem ook moge fchijnen , zijkan, boven zijne bedoeling , de grootfle en naadeeligfte gevolgen te wege brengen. De groote leeraar der gerechtigheid geboodt daarom wel zijnen volgelingen , om zijne iiefdeleere allen volken te prediken en verkondigen —- maar ook, wanneer die hen niet zouden willen ontfangeu of hooren , dat zij van daar zouden uitgaan en tot zelfs het Hof hunner voeten van daar niet wegdraagen. De Voorzienigheid heeft zichzelve het algemeene opperbefluur der waereld voorbehouden , en den menfche daar. om Hechts bijzondere pligten ter betrachting opgelegd: en aan deze zo wel zijn tijdelijk, als eindeloos geluk verbonden. —

De Opperbelhmrer der waereld handhaaft

al-

Sluiten