Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 63 )

de laagfte bank der eerfte clasfe, maakt zee? goede vorderingen, zo wel in het leezen als in het Fchrijven; in dier voegen, dat de Meester oordeelt hem hóoger op te moeten bevorderen: en dit gefchied niet flegts ter loops, maar in deeze gevallen, altoos met eene zekere plegtigheid.

De Meester namelijk maakt, agt dagen te vooren , na voorafgeëischte ftil'e ,?aan de geheele fchool, opzetlijk bekend , dat 'er heden over agt dagen eene plegtige bevordering ftaat te gefchieden, en wel mei naame, dat willem ... (en zo 'er meer zijn, dat die en die) van wegens zijne vlijtbetooning, en gemaakte vorderingen, verdient, voortaan op eene aanzienlijker plaats in de fchool te zitten. — Willem verheugt zich, en wat is natuurlijker, dan dar. willem den heuglijken dag zijner bevordering reikhalzend te gemoete ziet, en zich in dien tusfchentijd voorbeeldig gedraagt: en dit is nog een voordeel te meer van deeze wijze van beloonen. De blijde dag verfchijnt, en willem, iets meer dan gewoonlfk opgeknapt, ftapt met eenen vrolijken tred naar fchool. De Meester, het gebed met eene korte toefpeling op de tijds omftandigheden , eerbiedia uitgefproken hebbende , eischt den naarftigen willem minzaam voor zich, op wien nu aller oogen zijn gevestigd, en die door den Meester wordt aangefproken, op deeze of dergelijk eene wijze: ,,Braave willem,uwe vorderingen in het leezen en fchrijven, eisfchen, dat ik u eene plaats aan wijze, aanzienlijker dan uwe vo«rige, en overeenkomltiger met uwe gemaak-

Sluiten