Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene genoegzaeme reden, en doet nu dat onweder, dat al lang boven zijn h| ofd zich faamgetrokken had, met verfcbrikking losbarsten.

Onmiddelijk, na de eene of andere daad van geriut's gewoone Hof- en onachtzaamheid, wordt hij ernftig opgeroepen ; de Meester eischt nu gelijk voorheen, algemeene ftilte, en hem onderfcheidene Haaltjes zijner onbedachtzaamheid , naar zijne bevatting, duidelijk ouder het oog gebragt hebbende, zegt nu verder tot hem: ,, Gehrit! lang, zeer lang heb ik u met leedwezen opgemerkt , en ook nl dikwijls, gelijk gij weet, met een goed hart gewaarfchouwd, — ik kan nu niet langer, ik gevoel mij volflrekt verpligt, om u terug te zetten, tot zo lang gij mij, door wel oppasfen , zult bewijzen, dat gij weder verdiend verhoogd te worden. De piaats, welke gij weleer verdiend had , en die gij tot dus verre hebt bezeten , hebt gij u onwaardig gemaakt; zij is te hoog, zij is te aanzienlijk voor u; zij, die naast u hebben gezeten, maaken het alle veel beter dan gij: — kom, gij moet terug, en op eene min aanzienlijker plaats zitten, tot zo lang gij, door vlijt en wel oppasfen, aanfpraak op bevordering kunt maaken. Gaal — neem uwe plaats in, en zet u danr raast hen, — die zekerlijk in Hof—en nalaatigheid, met u lang ivet gelijk Haan, maar met welken gij gelijk Haat in kundigheid, niet tegenllaande gij nog zo lang niet hebben geleerd als gij." Dit laatffe bijvoeafel, moet vooral niet worden vergeten, door dien men anders, die

plaat-

Sluiten