Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(n7)

Pieter heeft zijne taak niet goed afgewerkt; hem wordt opgelegt om die te herdoen, en wel naden fchooltijd. Pieter is hier gansch „iet over gefficht; hij loopt knikkebollende naar zijne plaats, gooit zijne boeken op de tafel,dat zij 'er bijna overheen vliegen; valt driftig op-de bank neder, leunt vervolgens met het hoofd op de hand en maakt eene vertooning, als of hij nooit'aan t-werk zou willen gaan. De Meester, die zich zei ven altoos gelijk blijft, gaat bedaard naar hem toe, en doet hem eenige vraagen , maar krijgt van zijnen hootdigen knaap geen antwoord; eindelijk zegt hij: „ wel vriend! dewijl gij nu niet », verkiest om te beginnen, zult gij 'er ook „ met aan gaan , voor dat ik het verkies

gij moet maar in de fchool blijven, tot dat „ uw taak voltooid is." Vervolgens neemt hij de boeken mede, en laat pieter zitten. .Pieter komt eindelijk, na verloop van tyd , tot bedaaren. Zijne makkers fpeelen • hij kan niet mede doen; want de taak is met afgedaan. Hij zou wel willen beginnenmaar de boeken zijn weg. Hij flaat zijn verl legen oog naar den Meester; maar, die houdt zich zeer afgetrokken. Pieter begint te begri pen: „ als de Meester uit fchool gaat „ dan kan ik de boeken niet krij<ren >? Dus gaat hij eindelijk fchoorvoetende naar den Meester; half weg blijft hij ftaan. Wel pieter! (vraagt de Meester) wat wilt gijf — het antwoord is, met half gebrooken woorden: „ ik zou verzoeken om mijne boe„ ken te mogen hebben. " Waar zijn dief H 3 —■ „ Mees-

Sluiten