Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C té )

deling der lucht gewennen; niemand, immers, is onbekend, dat de fchadelijkftedingen zelfs niet nadeehg zijn aan iemand, die 'er langzaamerhand aan is gewoon geworden.

Men verwarme, derfealven, nooit het kind zodanig, dat het, naderhand bij ieder windjen. en elke luchtsverandering, zich uit zijn warm vertrek niet durve begeeven, zonder gevaar te loopen, van zich eene ziekte op den hals te haaien.{a) Eene behoorlijke middenmaat, derhal ven , te houden, zal ook hier in het grootfte voordeel aanbrengen.

Het ander misbruik der klèeding, dat der drukking naamehjk, is van geen minder belang. °

Het menfchelijk ligchaarn moet men beichouwen als een bundel van zachte buisjens ot pijpjens, waarin de vogten tot groejing en voeding, geduurig moeten rondloopen; alles, wat dus in ftaat is deeze beweeging eenigermaate te ftremmen , moet als verderflijk aangemerkt worden; bij een kind is deeze zaak van meerdere aangelegenheid, dewijl bij hetzelve deeze vaten, door haare meerdere zachtheid, niet in ftaat zijn,de drukking eenigen tegeiiftand te bieden, het welk noodwendig tot belemmering van den omloop der vogten; en tot verftoppingen aanleiding moet geeven.

Men

(<0 Van den beginne af, moet men het kind des zomers, den hals en borst niet bedekken; het hoofd bhjve ten allen tijde ongedekt, uitgezonderd in de open lucht: bij regen of heete zonnefchijn; in de eerfte dagen na de geboorte, (breekt het vin zelfs „ dat het, naarmaate van het faizoen, behoorlijk gedekt zij. J °

Sluiten