Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C «7 )

den, meêr of min zwaar en fomtijds gevaarlijk kunnen worden. ■

De gewoonlijkfte toevallen of kentekenen zijn pijn, hitte, roodheid, zwelling van het tandvleesch, kwijling uit den mond, hier bi] komen onrustigheid, koorts , hoest, flaapioosheid; fomtijds eene traage, doch méérmaaien eene fterke buiks ontlasting; in het uitkomen der kiezen ziet men veeltijds een ongewoone roodheid der wangen, voornaar melijk aan die zijde der kaak, waar de kies zaldoorbreeken; alle welke toevallen niet ophouden voor dat de oorzaak weggenomen, dat is, de tand doorgebroken zij: fomtijds echter verminderen dezelven, door dat de tand, in zijne werking geduit wordende, een weinig blijft rusten, maar dan komen ze met den tijd weder, (b")

Men befluit dat 'er één of meêr tanden zullen doorkomen, wanneer men allen of eenigen deezertoevallen te famen gewaar wordt,wanneer de tijd van tanden krijgen, hier boven bepaald, daar is ; als het kind zijne vingers en fpeelgoed dikwijls in den mond brengt

en

(b) Men heeft opgemerkt, dat het dootbreeken der tanden in den winter gemeenlijk met minder moeielijkheden vergezeld gaat dan des zomers; de •reden is misfchien hier in gelegen, dat, gelijk alle deelen van het menschlijk ligchaarn, ook het tandvleesch bij koude harder en brosfer is, en daar door yich gemaklijker opent, daar het taaie tandvleesch veel mede geeft en zich door den tand fterk laac uitrekken, waar door de toevallen vermeerderd wons'eu ,en langer duuren.

E *

Sluiten