Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 96 )

NEGENDE AFDEELING.

Van de Hoest en Vertouwdheid'.

De hoest ontdaat, wanneer de kleinste vaatjens en openingen der flijmkliertjens van de luchtpijp, door het inademen eener koude lucht, te famengetrokken en verdopt worden, en als dan no'emt men dezelve een hoest uit verkouwdheid, pj of zij is een maaghoest, veroorzaakt door het medegevoel der zenuwen van de maag, welken geprikkeld wordende de zenuwen der long aandoen, en in beweeging brengen^ of zij is een toeval van verfcheidene ziekten, als van wormen, tanden,' mazelen, enz.

Schoon de verkouwdheid eene ziekte is, die zeer dikwijls voorkomt, fchoon zij, door haare gevolgen, veeltijds, ten uitterfte gevaarlijk en zelfs doodlijk is, (q) zo heeft men echter de gewoonte van dezelve voor niets te rekenen en veel al op eene verkeerde wijze te behandelen.

Niet tegenftaande deeze ziekte door koude of liever door een overgang van warmte,

tot

Q>) Wanneer de zweetgaten verdopt worden, zo kan ook het vogt, dat voor de uitwaasfeming gefchikt was, gevoerd worden naar de borst, long of luchtpijp, en daar door, deszelfs prikkeling, hoest verwekken.

(qj Laat dft niemand verwonderen; de long-ontfteking (pleuris) ontdaat meest uit verkouwdheid en de long-teering, die zo algemeen als verwoestend: is, is meest altijd aan verkouwdheid haaren oorlpron^ Verfchuldigd.

Sluiten