Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 140 )

f. Over het misbruik der vuurkorven of

manden a. Over het zwagtelen. en 3. Hoe men in het bakeren moet te werk gaan.

o. Zijn de vuurkorven of vuurmanden, dan niet goed?

g. Men is gewoon, als de kraam op handen is, zich van eene goede hoeveelheid uitgedoofde kooien te voorzien, ten einde dezelven zo in de dooven, als vooral in den vuurkorf of mand te gebruiken; men omhangt deezen vuurkorf of mand van alle kanten met een ipreed , hierin eene opening laatende , waarvoor men het kind bakert, ten einde alle warmte, zich tot het kind bepaale, waarom men nog het kind met een dekentjen overdekt. -— Hierdoor, alsmede door de op den vuurkorf opdroogende doeken en luuren, wordt de lucht over de ganfche kraamkamer aanmerklijk bedorven, en het kind moet alle kwaade dampen van den vuurkorf inademen, het welk, en voor moeder en voor kind, ten uiterfte nadeelig moet zijn.

o. Wat wilt gij dan in plaats van deeze vuurkorven? — het kind moet immers gekoesterd worden?

g. Ik wil alle uitgedoofde kooien, zwavelachtige turf,met den vuurkorf uit de kraamkamer verbannen, en het kind, gelijk onze wijze voorouders gewoon waren , en men nog, vooral onder den gemeenen man, ten platten lande, hier en daar, ziet doen, in een bakermat voor een open vuur, waar voor men een fcherm, of iets dergelijks kan plaatfen, om het te iterk fchittereu der vlam in des kinds

oogen

Sluiten