Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C W )

hebben, hierdoor nog verergerd zouden worden; 'er zijn'er, welken het zuigen uit hoofde van zwakheid niet kunnen verdraagen, of welker zog de eene of andere kwaade hoedanigheid heeft, welke door geene middelen kan verbeterd worden, en voor het kind zeer fchadelijk is, of bij dewelke al het zog door eene koorts verdwijnt; — 'er zijn'er, die door de eene of andere ziekte , eene verzweering der borsten of tepels , gelijk ook wegens hetmaakfel der tepels , (wanneer deeze, gelijk de vrouwen het noemen, inwendig en te klein zijn, 't welk men echter door eenigen tijd vóór de verlosfing de gewoone geele doppen, uit geel wasch gemaakt, op dezelve te draagen, dikwijls, aanmerklijk kan verbeteren ,) genoodzaakt zijn , het zoogen van haar eigen kind na te laaten.

o. Hoe moet men dan met zodanige kinderen handelen , welken de moeder zelf niet kan zoogen V

g. Alsdan is men verpligt zich van eene Minne te voorzien , zo men eene goede kan krijgen, en de omftandigheden der ouders eenigzins zulks toelaaten; terwijl men anders genoodzaakt is, zich voor het kind van de pappot te bedienen.

o. Maar ziet men niet in de kinderen, naderhand de kwaade zeden der Minne ? en is 't hierom niet gevaarlijk, het kind aan eene Minne te laaten zuigen ?

g. Het is niet noodig om dit gevoelen,dat de kinderen, met liet zog, tevens de kwaade zeden eener Minne zouden kunnen ontvangen , naauwkeurig te onderzoeken; ik zou het Eoch durven tegenfpreeken,noch toeftaan ; alK 4 leen

Sluiten