Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 198 )

ijlhoofdigheid, piin in de lendenen , hoofdpr.n, enz. - Op of tegen den vierden dag komen in het aangezicht, eene menigte kleine roode vlekken, die in het begin een weinig verheven zijn de twee volgende dagen in groote en getal over het ganfche ligchaarn toeneemenden aIIengskensop,of omtrent, den agtften dag verdwijnen, wanneer de opperhuid onder de gedaante van fchilfers afvalt, terwijl geduurende dit alles de hoest, die dikwijls zeer lastig is, blijft voortduuren. Hoe gemaklijk ook deeze ziekte meestal afloopt moet gij altijd zorg draagen, dat het kind behoorlijk ontlasting houde,endat het aan den eenen kant, niet te veel door dekens of warmte van het vertrek gebroeid worde, waardoor wij menigmaal de grootde benaauwdheden hebben zien ontdaan, en de ziekte kwaadaardig kan gemaakt worden: maar aan den anderen kant, dat het ook naauwkeurig tegen togt en koude beveiligt worde ; als mede moet men het kind, zo lang de hoest niet aanmerkhjk verminderd is, niet in de open lucht brengen, wijl dezelve hierdoor fomtijds zeer hardnekkig wordt, en niet zelden in eene longteering overgaat. — Is de ziekte gemaklijk, als dan laat men het kind met vrugt gebruiken de reeds aangeprezene Sijroop van Hccmmvortel en van Vlier, waardoor ook het hoesten verligt wordt, en men geeft hetzelve voor het overige Thee of Melk en H-atene drinken, om de uitwaafeming aan den gang te houden. - Slaan uit de een of andere porzaak de mazelen in, wordt het kind bleek vil de borst aanmerklijk bezet, en zijt gij

bu^

Sluiten