Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 209 )

fte door de te fterke voorftanders der iNè'NTiNG wel eens gebeurd is, en 't welk ik geloove, dat meer kwaad dan goed voor de zaak der incnting gedaan heeft, weet ik echter zeker, dat dit, nog het eerste lid van uwe gemaakte aanmerking onzer bereekening, dat er van de vierhondert ingeënten* naamelijk, een fterft, niet kan raaken, blijkens de getuigenisfen der geenen onzer eigen landgenooten, ik bedoele de beroemde camper

van boeveren, van geuns, verschuur, coopmans, en anderen, denwelken, allerhande, (zelf de ongefchikde, voorwerpen ingeënt hebbende) gebleken is, dat deeze bereekening wel verkleind, maar zeer zeker niet vergroot is.

o. Dan, daar fommige menfehen al hun leven van de pokjens bevrijd blijven, kondet gij boven, mijns bedunkens, een kind niet wel vergelijken bij iemant die noodzaaklijk eene gevaarlijke reis, moet onderneemen, en hiertoe te recht den minst gevaarlijken weg uitkiest, daar 't mooglijk was, dat het zelve anders nimmer de pokjens zou gekregen hebben; ftelt men dus niet, mooglijk te vergeefs, een kind aan een kleiner gevaar bloot, terwijl hetzelve, fomtijds, nimmer het grooter gevaar zou behoeven te ondergaan?

g. Ik geloof, dat men veilig kan dellen, dat iemand, die de natuurlijke pokjens niet zal krijgen, dezelve ook niet door de incnting zal ontvangen, daar wij dikwijls op verfcheidene wijzen, en op verfcheidene tijden menfehen inënten, zonder dat dezelven pokjens krijgen, te meer daar het getal der O geet-

Sluiten