Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C iS )

ten aangeteekend, maar ook die trek bewijs?

voor orjs genoeg. Waarlijk1! met een

foort van eerbied lees ik van het kind jesus:' Hij was zijne moeder onderdanig- (Luk. 11: 51.) en fchildere mij daarbij in mijne verbeelding af, die gewillige betrachting van grootere en kleinere pligten, over dewelke Maria reden had zich te verblijden. — In zijne jongfte oogenblikken, toen Hij anders ge ;ioeg had aan zijne eigen fmarten, zag Hij up zijne moeder, en beval ze zijnen geliefden leerling joïnnes aan, om voortaan voor haar te zorgen. (Joh. XIX: 27.)

Zijn hart klopte voor de vriendfchap. Hij koos zich bijzondere leerlingen, welke Hij zijne vrienden noemde. (Joh. XV: 15.) en aan welken Hij bekend maakte, het geen Hij van zijnen Vader gehoord had. Met deezen hield Hij een' gemeenzaamen omgang, onderrichtte hen, gaf hun welmeenenden raad, en verklaarde zich aan hen in het verborgen nopens zijne meening. Hen maakte Hij getuigen van zijne heerlijkheid en van zijne fmart (Matth. XVII: 1. XXVI: 38.) joünnf.s vooral was zijn lieveling. — Maar niet alleen waren deeze hem zo dierbaar; ook anderen deelden in dat geluk. Om niet te fbreeken van eenige Gatileefche vrouwen, welke Hem gevolgd waren , en Hem van haare gaaven dienden; zo herinnert u flechts wat het huisgezin van martija, maria en lazarus voor Hem was ! zo herinnert u maarzone traanen over 't affterven van den laatften, en het gezegde der Jooden, welken hier ep elkander opmerkzaam maakten: ziet, hos

lièf

Sluiten