Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 25 )

en zijne moeder zalig fprak, die zulk een' zoon had ter waereld gebragt; toen wendde Hij aanftonds de aandacht tot noodiger befchouwing: Zalig zijn de geenen% die Gods woord hooren en het zelve bewaaren. (Luk, XI: 28.) — Dat Hij de voeten zijner Leerlingen wiesch, (Joh. XIII: 4.) behoef ik nog maar alleen te herinneren, om jesus te doen erkennen, als den zachtraoedigen en nederigen van harte.

Was Hij uit hoofde van dit Karakter juist gefchikt voor den omgang met armen en geringen; Hij fchroomde ook geen grooten en rijken. Daar het de waarheid gold , hield Hij niets achter. Zijne berg rede (Matth. V: VI: VII:) en andere onderwijzingen overtuigen ons, dat Hij niemand vreesde -eri den perfoon niet aanzag. De gelijkenisfen van den Zaadzaaiër (Matth. XIII.) van den Schaapherder, (Joh. X.) en anderen, verzekeren ons dit. Ja die vrijmoedigheid liep elk zo in het oog, dat fommigen uit Jerufalem eens zeiden: is deeze het niet, dien zij zoeken te dooden; en ziel, hij /preekt vrijmoedig/ijk, én zij zeggen hem niets. '.Joh. VII: 16.) — Voor zijnen Rechter bezweek Hij niet, maar gaf openhartig der waarheid getuigenis, en ontzag niets of Hij voor eenen kajafas of voor eenen pilatus ftond.

Met alle deeze onbefchroomdheid was Hij 'er echter verre af van ligtvaardig te zijn. Niets minder'dan dat! -r Gehoord hebbende, dat joannes de Dooper gevangen was, keerde Hij naar Galile'én. (Matth. IV: 12.) Toen Hij gijnen dood vernam, vertrok B 5 Hij

Sluiten