Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 37 )

overal deed blijken. — Indien gij mij niet aanftonds begrijpt, zo wil ik het gefielde ophelderen met een en ander voorbeeld , dat ons boven reeds in handen is geweest. — Van zijne wonderdaaden zagen wij, dat het ons onmooglijk is, dezelven ook te verrichten gelijk jesus : maar letten wij nu op de wijze, op welke Hij zijne wonderkracht gebruikte ; de gelegenheden welken Hij daartoe waarnam; en de oogmerken, met welken Hij werkte; dan ziet gij, dat Hij wonderen deed, niet om te praaien, maar om ongelukkigen te redden; dat innig medelijden en teder ontfermen het roerfel was zijner daaden, en zijn doeleinde de eer van God. Is dat nu zo* kan zelfs de minstfchrandere zulks opmerken ; dan is het ook voor hem klaar , waarin hij moet wandelen, gelijk jesus gewandeld heeft; te weeten, hij moet Hem navolgen in uitgebreide goedheid, en in de bedoeling van Gods eer en 's naasten heil. — Van andere handelingen zagen wij, dat het ons ongeoorloofd was, Hem te volgen. Zijn ijver voor de eer van God en zijn huis, toonde Hij, door de koopers en verkoopers uit hetzelve te drijven : zo te doen zoude ons niet pasfen, maar ons eerbiedig in het huis van God te gedraagen, alle poogingen met ernst aan te wenden, om voor de ontheiliging van 's Heeren naam te waaken; dat mogen en moeten wij. — jesus onderwierp zich als Jood aan moses wetten: deeze hebben thans haare kracht verloren , zo verre zij uitwendige befchikking maakten over de wiize van God te dienen: de gewilligheid 1 C 3 en

Sluiten