Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 97 J

50. Ziet daar, mijne waarde landgenooten! u het voorbeeld van onzen grooten meester en weldoener, zo kort mij mogelijk was,befchreven , en u ter naarvolging aangeprezen (*> 6! Dat gij het fchoone der deugd gevoeldet en naarvolgdet, en mijne zwakke poogingen u hier toe mede in ftaat mogten nellen! Hoe groot zoude mijne vreugde zijn, indien ik u flechts eenigermaate bekend kou maaken met de voordeden, van het naarvolgen van hem, wien wij u ten voorbedde opgaven !

't Is waar, mijne jeugd en kunne maaken mij ongefchikt, om u dit, zo als ik wel wenschte, op het hart te kunnen drukken: maar indien het de taal van het hart is, die , om verftaan te worden moet gefproken worden ; dan zal ik zeker mijn doel getroffen hebben. Ook dit weinigjen kan de tedere fpruit der deugd, die mooglijk op den bodem van uw

hart

lijk gelaat aanzag, zagtkens de hand drukte, en tot hem zeide: „ zie hoe een Kristen fterft!" en weinige oogenblikken daarna, met die zelfde kalmte en bedaardheid, den geeBt gaf.

(*) Ik gaf hier alleen de hoofd-bijzonderheden op, welken elk Kristen raaken ; de opgave der Maatfchappij, die zich der kortheid zoekt te beijveren, op dat, de hooge ptijs der boeken niemand af'fcbrikken zoude, belette mij dit meer te bijzonderen: ik oordeele dit echter ook genoegzaam, daar de overige pligten allen uit deeze hoofdzaaken kunnen afgeleid worden;en dus, bij het nazien van een deezer bijzonderheden, elk, die niet gedachtenloos voort leest, van zelf in het oog moeten vallen. G

Sluiten