Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 28 J

men heeft het leezen zo geleerd, even of men opzettelijk leeren wilden zonder eenige aandacht te leezen: men leerde het leezen zelve wel in boeken, die ver boven ons begrip waren, en niets werd 'er gedaan, om onze aandacht te vestigen op den zin der woorden; zo leert men vlug en vaardig leezen, zonder eenige aandacht ; het leezen zelve wordt ons zo eigen , als eenig gemaklijk handwerk ; zo moet het ook worden; doch dan moest men ons ook gewennen, om geheel en alleen aan den zin van het geene men leest te denken. Intusfchen, daar ons dit niet geleerd wordt, zo wordt het ons eene gewoonte, en als eene tweede natuur, van het öogenblik aan, dat ons het leezen geen moeite meêr veroorzaakt, onze gedachten overal te laaten zwerven. Dit wasvoorheen de fout in meest alle, en is het nu nog in veele fchoolen. — Wij hoopen, dat onze kinderen hierin gelukkiger zullen zijn, cn wij hebben grond voor deeze hoop. De Maatfchappij: tot Nut van V Algemeen heeft reeds zeer veel ter verbetering in deezen ge. daan, werkt daar nog aanhoudend toe, en van hooger hand verwagten wij krachtdaadige maatregelen ter verbeetering der fchoolen door ons geheele land. Intusfchen, lieve vrienden !het is hoogst no odzaaklijk, dat gij deeze kwaade gewoonte aflegt; gij moet daartoe alle uwe poogingen aanwenden, gij moet uwe aandacht eenig en alleen bepaalen bij het geene gij leest, en intusfchen aan niets anders denken. Het zal u, vooral in

het

Sluiten