Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 39 )

Bijbels niet te denken,- zijne woorden worden voor u niets beteekenende klanken 5 zij doen u volftrekt géén nut. ,

Wanneer ik nu bij het weinige nut, dat het openbaar en bijzonder onderwas aanbrengt, bij het verkeerde daarin, bij de wanbegrippen en vooröordeelen omtrent den Bijbel, welke bij veelen nog heerfchen, en bij het gebrekkig leezen zelve, nu nog voeg, de fteeds toeneemende onverfchilhgheid voor,, ja afkeer van alles wat geen geld of zinnelijk vermaak aanbrengt, dan geloof ik, dat ik de voornaamfte bronnen der zo heerlchende onkunde onder ulieden in den Bijbel aangewezen heb: en waarlijk, zij bevreemt mij niet. Dan , lieve vrienden! gij zijt toch niet alleen gefchapen voor deeze waereld; gij hebt m uwen Bijbel een zo dierbaar onderr.cht, denkt toch aan hel einde! flaat handen aan het werk, de nacht komt, waarin niemand, werken kan ; ik heb u reeds in veelen opzichten ten goede geraaden: ik wil het verder nu nog doen, zo veel ik kan.

Het gefchiedkundig gedeelte van den Bijbel is de grond van alles; dit moet eerst en vooral door u verltaan worden; het is ook •het allergemaklijkst, en als 't ware voor de vatbaarheid van den eenvouwigften berekend: en, offchoon u dit misfehien bevreemden zal, ik raade u volftrekt te beginnen met dc gefchiedenis van het Nieuwe Testament: wij zijn toch Christenen, dus noemen wij ons naar Christus, en het zou ten hoogften fchandelijk zijn, dien Perfoon niet te kennen : zijne gefchiedenis is ook, volgends het C 4 een-

Sluiten