Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C ?i )

tig te zijn eenig en alleen ons doel is. Men moet zich, wel is waar, in eenen gezonden zin, fchikken naar den volks-fmaak en naar de behoeften en gefteldheid van hen voor welken men predikt: doch de leeraars op de dorpen prediken toch niet eeniglijk voor deeze of geene buitenplaats, welker bewooners fomti'jds toch zo veel kundiger niet zijn dan hunne overige hoorers. En hoe gering zou het aantal van toehoorers in de lieden zijn, wanneer de dienstboden en de geringe burgerftand uit de kerken weg bleef. Het geen de onkundigfte toehoorer begrijpen kan, begrijpt de kundige ook voorzeker. Eene zeer eenvouwige leerreden, waarin alles zeer bevattelijk wordt behandelt, bevalt gewis ook eenen meer kundigen hoorer, en al leerde hij ook niets, al wist hij alles reeds vooraf, wat de leeraar gezegd heeft, hij wordt toch gedicht; en zo hij redelijk denkt, zal hij zeer te vreden zijn. Helaas, de eenvouwige man wordt op veele predikftoelen nog zo dikwils vergeeten; hij hoort zo veel, waarvan hij gaarne nog iets meer had; zo veel, dat hij niet bevatten kan; en al bevat hij het, niet gebruiken kan. En het fmart mij, dat ik 'er dit bij moet voegen, fomtijds hoort hij nog van deezen en geenen leeraar den Bijbel zo geheel aartig draaien , en wenden , nu en dan zo veel fchoolfche zotternijen en winderige woordenpraal, zo dat hij nu volftrekt niet meer weet, waartoe hem de leerreden, ja de Bijbel zelve nuttig is. Ik wenschte dan, dat ieder leeraar op den predikftoel den Bijbel E 4 een-

Sluiten