Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C in )

neen bedrieger kon zulke verfchiilende Hukken, als waar uit de Bijbel beftaat, verforen, met naauwkeurige inachtneming van alle die kleinigheden , welken het bijzonder character der tijden, der Schrijveren,der lieden aan welken de fchriften houden, kenmerken; zodanige verfiering zou een werk voor God, geenszins voor eenen mensch zijn. Dit gevoelt de gemeene man, wanneer hij[den Bijbel leest en verftaat; of fchoon hij het niet beredeneere, i althans men kan hem dit, zonder grooten toeftel van geleerdheid, doen gevoelen ' en hij houdt zich volkomen overtuigd van de echtheid deezes Boeks, welke hem een waarborg is voor de geloofwaardigheid der daar in verhaalde gebeurenislen , voor hem de gronden van het godhjk gezag der daar in voorgedekte leer ; met dat gevolg, dat hij dezelve als Godhjk eerbiedigt. - Zelfs de gemeenzaame groetenislen op het einde der Brieven; een verzoek om den reismantel, die te Trom bij carpus gebleven was, met de Boeken, inzonderheid de Iergamenten mede te neemen. fa Ttm. IV: 13.; verwekken natuurlijk bij den Lezer het denkbeeld: deeze fchriften zijn echt, en zijn uit dit oogpunt , ook nog van belang. — Welk eene dwaasheid zou het dan zijn, een uittrekfel te vervaardigen, om, als het ware, opzettelijk deeze merken van echtheid te verduisteren , en het boek te verlammen ? — zo is dan alles niet aanftonds overtalhg in den Bijbel; en voorts van geen belang, dat niet eenige geloofs- of zedeleer bevat, en, gelijk men het noemt,ftichtlijk is! Voorwaar

Sluiten