Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 123 )

Laat ons dan hier bij niet langer ftil ftaan, maar liever gaan zien, hoe het toekome, dat de gemeene man , hoewel hij in den Bijbel leest, — mogelijk véél in denzelven leest, en ook 'het leezen wel zo veel verftaat, dat hij begrijpen kan wat hij leest, (want van hen, die niet verftaanbaar kunnen leezen , is reeds gefproken) nochtans niet meêr van deszelfs inhoud weet? Indien iemand verftaanbr.ar leezen kan, — ook daadelijk een boek leest, en evenwel met deszelfs inhoud niet bekend is, dan fchort dit aan zijne opmerkzaamheid, of aan het boek zelf.

Zijn de Bijbelleczers onopmerkziam ? — Opmerkzaamheid ij een eigenaar;ig gevolg van bclangneming : en leezen, althans herhaald leezen,vooronderfteltbelangneeming: een bock, waarin men geen belang ftelt, leest men niet, maar laat het, zo dra men het kent, als van geen belang , liggen : dus kan men bij het menigvuldig en vrij algemeen leezen van den Bijbel onder den gemeenen man, kwalijk eene algemeene belangloosheid omtrent denzelven, in deeze foort van menfchen vooronderftellen; kwalijk dus gelooven,dat zo veele lieden bij hunne belangneeming in dit boek, echter in deszelfs leezing opmerkzaam zouden zijn. —■ Doch laat ons zien, welke verfchijnfelen zich bij den leezer van den Bijbel opdoen. — Hoe zeer het leezen in den Bijbel, door den gemeenen man verricht, belangneeming aanwijze , en opmerkzaamheid doe verwagten, vinden wij evenwel onlochenbaare bewijzen van onopmerkzaamheid of onverfchilligheid, omtrent de zaaken die hij leest, wanneer wij

zien,

Sluiten