Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 126 )

dat is (indien anders de Bijbel met de daad belangrijke zaaken behelst, en geen beuzelachtig gefchrift is,) dat de Bijbel onverftaanbaar ol duister voor hem is. Waarlijk, hier uit kan men het geheele verfchijnfel van het door onopmerkzaamheid verveelend Bijbelleezen, om God te behaagen, verklaaren. — Lieden, begeerig 0m goed te doen, en God te behagen, vraagden om raad. Het leezen van den Bijbel werd hun aangeprezen. Zij gingen, begeerig naar raad, en dus niet zonder opmerkzaamheid, aan het leezen ; maar ziet, zij konden 'er niet van begrijpen, hoe zij ook hunne aandacht infpanden ? Zij klaagden hunnen nood, en kregen tot andwoord: „ naarling in den Bijbel leezen , en bidden om verlichting," zij beproefden het dan bij herhaaling , zonder den gewenschten uitflag ; en hunne aandacht verminderde bij elke verlichte proef: zij leezen ondertusfchen, daar Bijbdlc&zcn fchéering en inflag was van elken raad, dien zij hoorden, voort, om ter gerustftclling van hun geweeten , den gegeven raad te volbrengen; en leezen nu,öten landen geheel zonder opmerking, daar toch dit een goed werk was: daarom nu ook zonder eenige keus, zo als het viel; zij leezen toch in den Bijbei. Welk denkbeeld, eens uit de onverftaanbaarheid des Bijbels ontftaan zijnde, nu wederkeerig den Bijbel onverllWnbaarer maakte : doordien het den natuurlijken aandrang om op te merken, ten einde niet geheel nutteloos te leezen, verminderde; dewijl, volgens her zelve, het leezen niet geueei nutteloos was , fchoon men 'er niets

van

Sluiten