Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 7 )

lijk en lofwaardig, dat, ter geregelde onder* fteuning der noodlijdenden , bepaalde fchikkingen gemaakt wierden; te meer:

Schoon wel het fpijzen der hongerigen , het kleeden der naakten, het verzorgen van zieken en zwakken, eene zo edele alzins betaamlijke pligt is, dat elk mensch , buiten alle vaste fchikkingen, zich hier van rijkelijk behoorde te kwijten, zou het, om de bekende gebreken en afdwaalingen, waarin de menfchenkinderen zo ligtehjk vervallen, eene ongeoorloofde zorgeloosheid zijn geweest, had men den noodlijdenden aan de zo wankele liefde en zorge van elk hunner natuurgenooten geheel overgelaaten.

Wijl ook, vooral in groore deden, en ia fchaarsbewoonde (Ireeken, de nood van eenen elendigen , dikwerf , den vermogenden liefderijken onbekend zou blijven, en onwaardigen zich inmiddels uit de milde gaaven van den hun niet kennende menschlievenden, rijkelijk en overdaadig zouden verzorgen, moet men het groote nut van vaste armbcdeelingen erkennen.

Maar inzonderheid zal men hetedtle en noodzaakelijke van zodanige inrichtingen gevoelen, wanneer men den mensch als lid eener geregelde Maatfchappij befchouwr: „ Bijkans alle ge„ fchiedverhaalen, zegtisELir» (*) leiden ons „ op tot eenen toeftand van het menschdom,

waar in de menfchen den veldbouw nog „ niet kenden; waarin zij zelfs niet eens vee ,^ aanfokten: waar in de ja^tf, visfcherij, en „-het verzamelen van in het wild gegroeide „ vrugten, hen een onzeker, doch gemaklijk

„ ver-

(*) Droomea van een' Menfchen vrind, bl. 167. A 4

Sluiten