Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 8a 5

worden befchouwd. Of hoe denkt si], zal de man te moede zijn, die , met den avond fcheiclende van den moeijelijken arbeid, welken hij reeds 's morgens vroe° begonnen had , met uanelende in zijne wooning ontmoet; die het, niet alle bedenklijke vlijt, ter naauwernood zo verre brengen kan, dat hij zich en de zmien tegen den geesfel des gebreks beveiligt? in een eeniae donkere wooning moet bij zijn verblijf houden;met flechte ,ongezonde kost zxh voeden; weder en wind verdraagen, om de volllagenfïe elende tegen te houden. Al beevende ziet hij de toeneemende behoefte van züne opwasfende kinderen, de afneemmg zijner krachten, en den vast naderenden ouderdom aan. ., Zou dan deeze elendigfte bekrompenheid de waare prijs zijn, van eenen zwaaren , drukkenden arbeid? — zoudt gij met den verachtelijken naam van luiaart durven belten» pelen, den braaven man, die moedeloos en traag wordt, onder de verdrukking ?

Zoekt men begeerig naar de oorzaaken van dit'gebrek aan brood, voor den vlijtigen; die zelfs werkzaam zijn? 6! Waar toch zou men die vinden, indien niet in de weelde , die federt lange der Nederlanderen hart beheersehte? ,

IVeelds ce gehechtheid aan overtalngheden, doet den riiken te veel van de gewoone eetwaaren vertèeren, en daardoor de onontbeerlijkfte fpijzen in duurte rijzen. Wanneer de huishouding van eenen rijken tienmaal mtèr turf of hout, tienmaal meêr boter, melk, vkesch, en zo alles, naar evenredigheid meerder

Sluiten