Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 88 )

den van alle zedlijke flaatswetten zijn; naardien de zucht tot openlijke hoogachting en vereering , de grondbeginfelen van een volk hoe langs zo meer veradelt; alle zijne krachten in eene heilzame beweeging onderhoudt, en niet alleen bijzondere perfoonen , maar ook het gros des volks , tot eene altijd aangroeiende volmaaktheid opvoert.

Daar wij, intusfchen, in de verloopene tijden , te vergeefsch , zouden zoeken , naar zulke wetten en inrichtingen, die belooning en eere aan den vlijtigen, onder den minvenmogenden toezeggen, of verzeekeren , hoe zou het ons bevreemden, hen, veelal, op dezelfde hoogte ja, ten deele, in luiheid en fchaamteloosheid verzonken te zien?

Hier fchijnt ons niet ondienflig te herinneren een gezegde van den beroemden monTesqüieü(*): „'In desfpoticke daaten is, „ de eere een vuur, dat te gevaarlijk zou

worden , door het te ontfteeken , of te on-

derhouden! dat veel meêr moet worden ver„ doofd, en uitgebluscht. De vrees moet al„ daar heerfchen. Menfchen , die vatbaar wa,, ren van zich zeiven veel te achten, zouden „ in ftaat zijn , aldaar omwentelingen te be„ werken. De vrees moet, derhalven , allen „ moed ter neder flaan, en, tot het geringde „ gevoel toe, eerzucht uitblusfchen.

De geest der natie, door het voorbeeld des daatsbeduurs maar al te veel gewijzigd , verloor allengskens het derk gevoel der eere,

aan

(*) Geest der wetten, D. I. bladz. 58.

Sluiten