Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 108 )

gevoelens. Zij , die deelen in de lasten en verpligtingen, moeten ook in de rechten en voor. deelen der Maatfchappij deelen. Het overige is niets anders dan een famenitel van drogredenen. De een had geene aanfpooiing tot vlijt,om dat hij door zijne belijdenis bij de bevoorrechte gezinte reeds aanfpraak had, op begunftiging en verzorging. De andere voelde zich niet lterk bemoedigd , om door kunde , vlijt en braafheid , uittemunten , wijl hij om zijn geloof toch geene bevordering te wagten had.

c. Vernietigd zij insgelijks alle voorrecht op geboorte , vermogen,of bezitting gegrond.

Als burgers van eene maatfchappij , behoort aan ieder , zonder onderfcheid , dezelfde aanfpraak, op achting, aanzien , ambten t bevordering. Alleen verdienste moet beflisfen.

Men erkenne de edelheid van gevoelens , van gedachten , van redenen , en vooral van daaden; maar geenszins , edelheid van parkement, of bloed. Dat hij, die rijkdommen bezit, daar van in vrede gebruik maake , maar daarom geenszins , door de wet, boven den minvermogenden begunftigd worde.

Niet de man , die zulk of zulk een goed bezit, maar. elk mensch,die zich braaf, overeenkomftig zijn pligt, gedraagt, zij bevoegd verklaard, om , zo het Hechts zijne bekwaamheid gehengt , ftem en deel te hebben in de belangen van het algemeen.

Niemand zij meêr gewettigd, om de vermaakeu der luiheid, en de belooning der deugd te gelijk te genieten. Dat achting, aanzien, en gunst der menfchen, als wezenlijke goede-

Sluiten